INBRAAKPREVENTIE en BEVEILIGING - PowerPoint PPT Presentation

inbraakpreventie en beveiliging l.
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
INBRAAKPREVENTIE en BEVEILIGING PowerPoint Presentation
INBRAAKPREVENTIE en BEVEILIGING

play fullscreen
1 / 63
Download
Download Presentation

INBRAAKPREVENTIE en BEVEILIGING

Presentation Transcript

  1. INBRAAKPREVENTIE en BEVEILIGING

  2. AGENDA • Voorwoord • Statistieken • Waarvoor kan men zich beveiligen? • Hoe kan ik mij beveiligen? • Diverse aspecten m.b.t. verzekeringen • Fiscale voordelen • Wat zijn mijn rechten en plichten • ? Vragen? • Slotwoord • Receptie

  3. Begrippen – daderprofielen – Modus operandi – rechten en plichten - 10 tipsALENS MARLEENErkend beveiligingsadviseurMinisterie Binn. Zaken

  4. VOORWOORD • Ondernemen = risico’s nemen • Commerciële risico’s • Criminele risico’s • - diefstal • - inbraak • - overval • Planmatige aanpak van de beveiliging • Organisatorisch, Bouwkundige en elektronische • maatregelen

  5. STATISTIEKEN Dendermonde jan – october 2010 Bron: Preventiedienst PZ Dendermonde

  6. Evolutie diefstallen in gebouwen In Sint-Gillis werden 89 feiten vastgesteld en in Dendermonde centrum 40. 198 inbraken waarvan 143 voltooide en 55 pogingen geregistreerd. Ten opzichte van 2008 betreft het een daling met 23%.

  7. WAARVOOR KAN MEN ZICH BEVEILIGEN? • 1. Diefstal • Winkeldiefstal • Interne diefstal • 2. Inbraak • 3. Overval

  8. 1. DIEFSTAL - begripsomschrijving • Diefstal:wanneer een klant voorwerpen, die te koop • Worden aangeboden, met bedrieglijk opzet en zonder • geweld of bedreiging niet ter betaling aan de kassa • voorlegt en de kassa voorbij is. • Poging tot diefstal: wanneer het bedrog aan de kassa • ontdekt wordt. Dit is eveneens strafbaar gesteld door • de wet.

  9. 1. DIEFSTAL - begripsomschrijving • Interne diefstal: het door personeel of derden • ontvreemden van artikelen, verduistering van geld of • goederen nemen uit de winkel, oplichting • Personeel: verkopers, jobstudenten, stagiairs, • schoonmaakpersoneel, interimkrachten • Derden: leveranciers, vertegenwoordigers

  10. 1. DIEFSTAL • Onderscheid tussen winkeldiefstal en interne diefstal: • - de daders doen zich bij interne diefstal niet voor als • commerciële klant maar hebben een functionele • relatie met de onderneming. • Klanten en personeel zijn ELK 50 % verantwoordelijk • voor het financiële verlies Winkeldiefstal vs interne diefstal

  11. 1. DIEFSTAL • Daderprofielen • Winkeldiefstal = 5 grote groepen van daders • - gelegenheidsdieven • - gewoontedieven • - minderjarigen • - semiprofessionele • - professionelen • - (kleptomanen) • Interne diefstal = 2 groepen • Medewerkers • Derden

  12. 1. DIEFSTAL – daderprofiel • Gelegenheidsdieven • vormen de meerderheid • opereren meestal alleen • geen oorspronkelijke intentie om te stelen • plegen de feiten omdat de mogelijkheid zich plots aanbiedt • amateuristisch • zijn niet uiterlijk herkenbaar, wel aan hun gedrag • gaan de daad niet ontkennen

  13. 1. DIEFSTAL - daderprofiel • Gewoontedieven • hebben de intentie om een diefstal te plegen • gaan gericht te werk • hebben een gewoontegedrag

  14. 1. DIEFSTAL - daderprofiel • Minderjarigen • “Kick” • Zijn niet begaan met de mogelijke consequenties • Kunnen een aanzet zijn tot latere zwaardere feiten

  15. 1. DIEFSTAL - daderprofiel • Semi-professionelen • Tussen amateur en professionele dief • Minder doorzichtige trucs • Ook in groep en volgens een vooraf doordacht actieplan • Zijn potentieel gewelddadig

  16. 1. DIEFSTAL - daderprofiel • Professionelen • Halen hun inkomen uit diefstal en andere feiten • Nagenoeg niet herkenbaar • Zijn geroutineerd en gebruiken weldoordachte trucs • Moeilijk te vatten: zijn goed georganiseerd • Zijn uit op dure voorwerpen • Blijven uiterst kalm en beheerst bij betrapping

  17. 1. DIEFSTAL • Interne diefstal door medewerkers en derden • Stelen goederen met een hogere waarde, inclusief geld • Samenwerking met verschillende personeelsleden en buitenstaanders is mogelijk

  18. 1. DIEFSTAL • Modus operandi • Beschadigen van koopwaar om zo geld terug te vragen of korting te krijgen • Twee daders: de ene leidt het personeel af terwijl de andere de diefstal pleegt • Gebruik van tassen met een dubbele bodem • Aluminiumfolie om detectiepoorten te passeren • Het gebruik van kinderen • Het bijvullen van reeds afgewogen goederen • Het verwijderen van beveiligingsetiketten

  19. 1. DIEFSTAL • Modus operandi • Artikelen verstoppen in een verpakking met andere goederen • Het betalen van een artikel waarbij een ander artikel verborgen wordt (een tijdschrift in een krant) • Het over elkaar aantrekken van verschillende kledingstukken • Het veinzen van zwangerschap • Het gebruik van kinderwagens, paraplu’s, hoed…

  20. 1. DIEFSTAL • Modus operandi personeel of derden • Het minder aanrekenen aan familie, vrienden • Het gebruik maken van lege verpakkingen, vuilniscontainers enz. • Geld uit de kassa nemen • Artikelen mee naar huis nemen • Het vervalsen van tickets • Het niet aanrekenen of intikken aan de kassa

  21. 1. DIEFSTAL • Mogelijke signalen interne fraude: • Plotseling vertrek medewerker zonder specifieke reden. • Gevoel, intuïtie: hier klopt iets niet • Non-verbaal: rood hoofd, stilvallen, zenuwachtig • Iemand is er altijd als eerste en gaat als laatste weg • Opvallend vaste patronen in pauzes • Smoezen verzinnen (eerder naar huis) • Hoog ziekteverzuim

  22. 1. DIEFSTAL • Mogelijke signalen interne fraude: • Niet houden aan regels en procedures • Een levensstijl van de medewerker die niet overeenkomt met zijn inkomen • Bewust werken zonder collega’s die mee kunnen kijken, of altijd met dezelfde collega • Heimelijke telefoongesprekken • Veelvuldig foutbonnen, retouren, kastekort bij dezelfde mensen

  23. 1. DIEFSTAL • Mogelijke signalen interne fraude: • Tips van klanten: geen bon, datum klopt niet, • bonbedrag klopt niet • Ongebruikelijke leveringen • Opengemaakte verpakkingen in het magazijn • Vaak schade aan bepaalde artikelen • Verstopte goederen in personeelsruimte of kluisjes

  24. 2. INBRAAK • Begripsomschrijving • Inbraak = alle diefstallen met inbraak in winkels of • handelszaken al dan niet gepleegd met geweld of • bedreiging met braak en of inklimming en/of valse • sleutels

  25. 2. INBRAAK • Dieven hanteren de 5 minuten regel • 30 seconden om in te breken • 4 minuten om de buit samen te stellen • 30 seconden aftocht • Maar: na 3 minuten vruchteloos proberen staken de meeste dieven hun inbraakpoging

  26. 2. INBRAAK • Daderprofielen • Gaan planmatige tewerk • Professionele aanpak • Vaak gewelddadig • Winstbejag en niet zozeer voor “eigen gebruik” • Kennen het milieu en werken soms op bestelling • Sommigen hebben ook andere delicten op hun naam staan

  27. 2. INBRAAK • Modus operandi of hoe gaan inbrekers te werk? • Goed voorbereid, de omgeving wordt vooraf goed in de gaten gehouden • Snelle werkwijze • Toegangen, alarmsystemen worden bestudeerd • Verbreken, forceren, intrappen, losrukken, inslaan van ramen en/of deuren • In mindere verhouding: inrijden van vitrines • Gebruik van koevoet, schroevendraaier, straatsteen, stoeptegel

  28. 2. INBRAAK • Hoe reageren bij een confrontatie met een inbreker? • Tracht kalm te blijven • Geef of doe wat gevraagd wordt • Vermijd een gevecht aan te gaan • Observeer de dader zo goed mogelijk

  29. 2. INBRAAK • Hoe reageren bij een confrontatie met een inbreker? • Ga het vluchtmiddel en de vluchtrichting na • Verwittig zo snel mogelijk de politie • Maak een lijst op van wat gestolen is • Verwittig de verzekeringsmaatschappij en je financiële instelling

  30. 3. OVERVAL • Begripsomschrijving • Het met geweld of met bedreiging van geweld • wegnemen of afpersen van enig goed, gepleegd • tegen personen in een afgeschermde ruimte of op een • gepland en georganiseerd transport, of de poging • daartoe. • Er is steeds een confrontatie tussen dader en • slachtoffer

  31. 3. OVERVAL • Verschijningsvormen • Openings- en sluitingsovervallen • Klantgedrag-overvallen • Hit & Run • Transportovervallen

  32. 3. OVERVAL – verschijningsvormen • Openings- en sluitingsovervallen • Dader laat zich insluiten • Gebruikt een list • Wacht het personeel op voor openingstijd of na sluitingstijd • Verplicht de uitbater mee binnen te gaan • Er zijn (nog) geen klanten (meer) in de zaak

  33. 3. OVERVAL - verschijningsvormen • klantgedrag-overvallen • Daders komen als klant(en) binnen en wachten het goede moment af om het personeel te bedreigen en buit te maken.

  34. 3. OVERVAL – verschijningsvormen • Hit & Run • Daders gaan onmiddellijk, met veel machtsvertoon op de buit af onder bedreiging (meestal met gebruik van wapens) van het personeel/klanten tot afgifte van geld en dure goederen.

  35. 3. OVERVAL - – verschijningsvormen • Transportovervallen • Het onder dwang afgegeven van bv. de dagopbrengst, of de goederen welke ze transporteren.Het slachtoffer wordt opgewacht of via aanrijding, valse patrouille tegengehouden.

  36. 3 OVERVAL • Daderprofielen • Beginners • Gevorderden • Professionelen

  37. 3. OVERVAL • Daderprofiel – beginner • Kent geen rationeel beslissingsproces • Minder goed voorbereid • Beslissing tot overval wordt op de “drempel” genomen • Zenuwachtiger en vaak ook gewelddadig

  38. 3. OVERVAL • Daderprofiel – gevorderden • Heeft overvalervaring • Kan situaties naar zijn hand zetten • Heeft een koele, beheerste indruk • Beperkt geweld tot een minimum

  39. 3. OVERVAL • Daderprofiel – professionelen • Is heel goed voorbereid en gedisciplineerd • Heeft een weloverwogen doel • Meet de kans op hoge buit af tegen de kans op aanhouding

  40. 3. OVERVAL • Modus operandi • Zeer snel (max. 90 sec) • Willen zo veel mogelijk geld • Zelfcontrole (uitsluiten van onzekere factoren) • Kans op onmiddellijke ontdekking door derden minimaliseren

  41. 3. OVERVAL • Risicomomenten en knelpunten • De opening van de zaak • Het afrekenpunt (kassa) • Waardeberging (kluis) • Intern waardetransport (wisselgeld) • Telling – kassaopmaak • De sluiting van de zaak • Extern waardetransport

  42. Beveiliging gebouwen ir-arch Jan Van Vooren 23 november 2010

  43. BEVEILIGING GEBOUWEN Aandachtspunten Beveiliging Registratie Organisatorische maatregelen Conceptuele keuzes Bouwkundige maatregelen Elektronische maatregelen Nuttige links 43

  44. AANDACHTSPUNTEN BEVEILIGING Beveiliging > alarminstallatie Absolute veiligheidbestaatniet (geestelijkegemoedsrustwel) Preventie = gericht op voorkomen van inbraak en diefstal Beveiligingdientaangepasttezijnaanrisico (waardevolleverzamelingschilderijenvs laptop, hifi, gsm…)  risico-analyse (TPA) First things first: R O C B E Ontmoedigpotentiëleinbrekers (weg van minsteweerstand – 3 min), blokkeereventuelevluchtroutes Ketting is zosterkalszwaksteschakel PS : brandbeveiligingwordtnietbehandeld in dezevoordracht 44

  45. REGISTRATIE Maak inventaris van waardevol bezit (foto, aankoopbewijs, waarde) ten behoeve van verzekeringen (ook voor brand en waterschade) Bewaar deze inventaris analoog / digitaal op een veilige plaats (kluis, beschermde webruimte,…) Taggen van waardevolle voorwerpen (RFID, gravure, synthetisch DNA) 45

  46. ORGANISATORISCHE MAATREGELEN GEZOND VERSTAND – VAAK GRATIS Stel waardevolle goederen niet van buitenuit zichtbaar Sluit woning steeds af bij afwezigheid (ramen, koepels, poorten en deuren, vergeet platte daken niet) Leg geen sleutels op evidente plaatsen Laat geen ladders rondslingeren Sluit garage en tuinhuis goed af zet uw aanwezigheid niet in de verf: gazon, rolluiken neer, uitpuilende brievenbus, nota op voordeur of vitrine, bericht op antwoordapparaat Geen adreskaartje aan sleutel Laat geen sleutel aan binnenzijde Rolluiken (ook nadeel omwille van onzichtbaarheid), gordijnen, jaloeziëen 46

  47. ORGANISATORISCHE MAATREGELEN 2 Winkel: plaatswaardevollegoederen op eengoedcontroleerbareplaats, liefstachterinwinkel Houdbedrijfsomgevingoverzichtelijk Bewustmakingpersoneel Bijlangdurigegeplandeafwezigheid- patrouillelokalepolitie(www.policeonweb.belgium.be)- BIN buurtinformatienetwerk(www.buurtinformatienetwerken.be) 47

  48. CONCEPTUELE KEUZES VOORAL GELDIG BIJ NIEUWBOUW Ligging van woning / zaak:- bereikbaarheid gevelelementen- nabijheid vluchtwegen- sociale controle overdag / ‘s nachts Zichtbaarheid van toegangen (ook zij- en achterdeuren) Verlichting Vermijd teveel toegangen Platte daken: koepels, bereikbare ramen op verdieping Toegankelijkheid terrein: afsluiting of niet Kluis Voorafgaandelijk overleg met verzekeraar tijdens studie- en ontwerpfase (juweliers, electronicazaak, …) compartimentering 48

  49. BOUWKUNDIGE MAATREGELEN PASSIEVE BEVEILIGING Ramkraakpalen Ramen en deuren- gewicht en samenstelling- poorten en rolluiken / hekken met optilbeveiliging- koepels en dakvlakvensters- geen speling tussen bewegend en vast kader- deurspion- opletten voor ventilatievoorzieningen- kelderopeningen Beglazing (ook voordeel veiligheid, akoestiek,…)- gelaagd- gehard- glaslatten aan binnenzijde 49

  50. BOUWKUNDIGE MAATREGELEN 2 Hang- en sluitwerk- dievenklauw (vooral naar buiten draaiende ramen/deuren)- cilinderslot: veiligheidscilinder met uittrekbeveiliging en geharde stiften tegen uitboren- meerpuntssluiting al dan niet met paddestoelnokken- sleutelplan, gecertificeerde sleutel- veiligheidsrosas- slot max. 2mm buiten kader- afsluitbare raamkrukken- bijzetsloten- balk schuiframen- kettingen 50